Als je naar het buitenland verhuist, moet je dit melden bij de dienst Vreemdelingenzaken. Je doet dit zo kort mogelijk bij je effectieve vertrek naar het buitenland (ten laatste de dag voordien).

Een uitschrijving naar het buitenland voor een niet-Belg is persoonlijk. Iedere meerderjarige moet zelf om uitschrijving vragen, ook binnen één gezin. Ofwel is iedereen persoonlijk aanwezig, ofwel heeft één persoon de volmacht van alle andere gezinsleden.

Als je nog documenten nodig hebt, moet je die eerst aanvragen vóór je je uitschrijft (hou rekening met de termijn die nodig is om een document te verkrijgen).

Na de aangifte krijg je een document mee (model 8) waarmee je je in de woonplaats in het buitenland kan inschrijven.

 bij definitief vertrek

Je verblijfs- of vestigingsvergunning wordt ingehouden en je krijgt een attest van afneming (bijlage 37) mee.

bij tijdelijk vertrek

Afhankelijk van je verblijfsstatuut heb je de mogelijkheid om je te beroepen op het recht op terugkeer. Dit houdt in dat je, weerom afhankelijk van je verblijfsstatuut, het recht hebt om binnen een bepaalde termijn terug te keren naar België mét behoud van je huidige verblijfsstatuut.

 Je behoudt je verblijfs- of vestigingsvergunning en krijgt een attest van vertrek (bijlage 18) mee. Bij je terugkeer naar België moet je in het bezit zijn van een geldige verblijfs- of vestigingsvergunning én het attest van vertrek (bijlage 18). Je moet je binnen de 15 dagen na je terugkeer melden bij de dienst Vreemdelingenzaken.

 Let op: je verblijfs- of vestigingsvergunning moet nog geldig zijn bij je terugkeer. Je kan vervroegd een vernieuwing aanvragen onder bepaalde voorwaarden. Neem hiervoor telefonisch of per e-mail contact op met de dienst Vreemdelingenzaken.

wat meebrengen?

  • adres in het buitenland
  • je verblijfs- of vestigingsvergunning
  • eventueel volmacht van je gezinsleden